www.klaasnoordhuis.nl -/- Bibliotheca Oosterhouwensis

KENMERKEN TUINSTIJLEN IN DE TUINKUNSTHISTORIE

De eeuwen zijn globaal aangegeven, daar de overgangsperioden tussen de tuinstijlen per land nogal verschillen.


De onderstreepte woorden verwijzen naar voorbeelden in Parktuin Oosterhouw te Leens en naar de Bibliotheca Oosterhouwensis, eveneens te Leens.

1 Classicistisch

a. Renaissance, Toepassing 16e eeuw, Herleving van de oud-Romeinse tuin.

Kenmerken:

- geen hoofdas, alle paden gelijkwaardig aan elkaar

- vierkante perken
- vierzijdige symmetrie
- loofpaviljoentje die vier perken verbindt
- geen noodzakelijk verband met het gebouw
- beelden in het centrum van de perken
- strak geschoren, zowel hoog als laag

BOEKTITELS OVER RENAISSANCETUINEN

 

b. Barok, Toepassing 17e eeuw, met als hoogtepunt de regeerperiode van Lodewijk XIV. Machtsuitstraling, het gebouw als hoogtepunt.

Kenmerken:

- een duidelijk verbrede hoofdas, centraal op as van het het gebouw uitkomend

- perken rechthoekig in een verhouding van 3 : 5
- tweezijdige symmetrie
- verband met het gebouw, een eenheid vormend
- beelden op kruisingen van de paden
- strak geschoren werk, laag, om gebouw beter te laten uitkomen
- gebruik van fijn grind

BOEKTITELS OVER BAROKTUINEN

 

c. Rococo, Toepassing 18e eeuw, tussen 1725 en 1775. Een vrolijke stijl met uitbundige, doch ranke versieringen.

Kenmerken:

- rechthoekige perken

- meerdere hoofdassen; in de regel drie tot vijf
- verband met het gebouw
- tweezijdige, maar vagere symmetrie
- geschoren werk, laag, frivolere vormen
BOEKTITELS OVER ROCOCOTUINEN

2 Landschappelijk

a. Romantiek, Toepassing 2e helft 18e eeuw, begin 19e eeuw. Van tuin nauwelijks sprake.

Kenmerken:

- natuurlijk aandoende tuin; dode bomen dus laten staan!

- verschillende stemmingsbeelden oproepend: treurigheid, vrolijkheid etc.
- schilderachig
- niet al te "tuinig"
- losse groei
BOEKTITELS OVER TUINEN IN DE ROMANTIEK

b. Landschapsstijl (In Groningen: "Slingertoen") Voor grotere tuinen, de vroegere tuinen besloten,; de latere hebben een verwevenheid met het landschap. Toepassing 19e eeuw.

Kenmerken:

- ellipsvormige ruimten

- lange doorzichten
- verspreid staande boomgroepen
- gebouw als onderdeel ingepast in het geheel
- holgelegde gazons
- oneindigheid: doorlopende paden en/of visueel doorlopende waterpartijen
- follies, nutteloze bouwwerken
- paden onverhard, wel bezand, moeten regelmatig aangeharkt
- losse groei
BOEKTITELS OVER TUINEN IN LANDSCHAPSSTIJL

3 Architectonisch

a. Architectonische stijl, Toepassing begin 20e eeuw.

Kenmerken:
- niet symmetrisch; wel evenwichtig (bijvoorbeeld hekpalen: links breed en laag; rechts smal en hoog)

- vlakliggende gazons

- verschillende geometrische vormen als ronding, rechthoek, ruit, driehoek en/of trapezium
- verschillende niveaus met steile taluds of met treden
- een verdiept gedeelte
- gemetseld werk, zelfde steensoort als het gebouw
- een duidelijke diagonaal
- kleurige bloemenranden
- tegenstelling van strak geschoren en losse groei
- gebruik flagstones en kinderkoppen
- gebruik grof grind (in de tuin vinden we niet de "zweepslagen" uit de architectuur van de gebouwen)
BOEKTITELS OVER TUINEN IN DE ARCHITECTONISCHE STIJL

 

b. Bordertuin,Door invloed Mien Ruys nam de border in Nederland een grote vlucht in het midden van de 20e eeuw.

Kenmerken:
- veel gazon, vormloos of strak; veel vaste planten
- bomen vooral aan de buitenzijde van de tuin

- tribuneborder

- vroegere niet op kleur, latere wel
BOEKTITELS OVER BORDERS

c. Zakelijke tuin, grote invloed van Mien Ruys met "griontegel", voorloper van de gewassen grind tegel, een uitvinding uit 1952, en spoorbiel in de jaren '50 en '60 van de 20e eeuw.

Kenmerken:

- strakke gazons

- gebruik betonmaterialen
- geschoren vlakken
- grote terrassen
- staptegels in gazon
BOEKTITELS OVER DE ZAKELIJKE/MODERNE TUIN

4 Natuurinspiratie

Japans geïnspireerde vlonders, laag-onderhoud tuinen. Toepassing 2e helft 20e eeuw. De invloed van Louis G. Leroy is kenmerkend voor de afgelopen 30 jaar.

Kenmerken:

- geen lijnvorming, paden lukraak gelegd naar natuurlijke omstandigheid

- natuur staat hier voor weinig onderhoud, lees: luiheid
- gebouw en tuin vormen een tegenstelling
- gebruik van afbraakmaterialen
- snoeihout laten liggen voor wezeltjes, mossen en kevertjes
BOEKTITELS OVER NATUURTUINEN

 


VOORBEELDTUIN, waar de tuinstijlen zichtbaar zijn gemaakt

Parktuin Oosterhouw te Leens is globaal te verdelen in vier segmenten met ieder eigen stijlkenmerken. (KLIK HIER VOOR VISUEEL OVERZICHT )

Het huis Oosterhouw is de inspiratiebron. Het pand is als een Italiaans landhuis gebouwd. Hierbij past een Renaissancetuin. De bouwtijd is 1868: de tijd van de Landschapsstijl. Een grote verbouwing vond plaats in 1910, waarbij het koetshuis is vergroot en de uitstraling van een Zwitsers chalet kreeg. Dit is de tijd van de Architectonische tuinstijl. Bij het heden past een door de natuur geinspireerde tuin. Zo is een rondgang door de tuin van Oosterhouw tevens een rondwandeling door de geschiedenis van drie eeuwen tuinkunst. Ieder tijdperk had zijn eigen tuinstijl, waarvan u in de Parktuin zelf en ook hier op www.klaasnoordhuis.nl de kenmerken bij elkaar ziet: