artikelen index / bibliotheekindex
Storm in het Haagsche Bosch
![]() |
Gemiddeld weer bestaat niet: "Te warm of te koud voor de tijd van het jaar" wordt er vaak gezegd, maar de gemiddelden zijn een samenstelling van uitersten. Elk jaar of zelfs elke maand blijkt wel een extreem te bevatten: hoogste dagtemperatuur, koudste nacht, meeste regen, minste zon, zwaarste onweer, langdurig veel wind, laatste nachtvorst, hagelbuien in de zomer etc. | ![]() |
Gemiddeld eens in de 25 jaar komt in ons land een zware storm voor "met orkaankracht". Als er veel bomen omwaaien wordt er een boek over uitgegeven; gelukkig zijn er op dit gebied in de afgelopen kwart eeuw in Nederland geen boeken meer verschenen afgezien van een boek over ijzel, Het IJzelboek (1987) waarbij bomen in het noorden van het land sterk hadden te lijden. Ongelooflijk overigens hoe de meeste bomen herstelden, hoewel de schade in het Noorderplantsoen van Groningen tot op de dag van vandaag zichtbaar is. De storm van 16 oktober 1987 was aanleiding het boek Trees in Britain, an illustrated guide uit te geven. De Royal Society for Nature Conservation richtte een speciaal Hurricane Disaster Fund op, waar de opbrengsten van dit boek voor waren bedoeld. Deze storm richtte de meeste schade aan in Zuidoost Engeland, waar veel ingevoerde, niet inheemse, oude bomen staan. De storm was even zwaar als een aantal jaren geleden in Parijs. Het gevolg was verschrikkelijk voor het bomenbestand: bijvoorbeeld in het pinetum van Nymans bleef op een paar stronken na niets staan. Eeuwenoude bomen in Sussex en Kent werden geveld. In Nederland had in 1921 het Vondelpark sterk te lijden onder een storm. Gezien de bomen daar nog niet zo oud waren (het park dateert van 1864), zou de hoge waterstand daar debet aan zijn. Het boek Ode aan het Vondelpark (Gaston Bekkers e.a.) laat er een prachtige foto over twee volle pagina's van zien.
Verder terug in de tijd is de storm in het Haagsche Bosch een onvergetelijke. Het bos werd vanaf 1712 door houtvester Horstman geplant. In 1820 bemoeide Willem I zich met verfraaiing van het bos; in 1837 legde Zocher er waterpartijen aan, waarna het een geliefd wandeloord werd. Evenals onze historische tuinen maakte ook het Haagse Bos ups en downs mee: in een rapport uit 1898 wordt de bezorgdheid uitgesproken over de deplorabele staat van het bos en wat eraan moet worden gedaan. Al eerder grepen burgers naar de pen: de Pinsterstorm van 1860 was voor Baron van Zuylen van Nijevelt aanleiding de Minister te schrijven over "…de billijke eischen van de burgerij het Bosch beter als wandelpark in te richten". Overigens grijp ik ook hierbij naar de pen: de tuin van Paleis Noordeinde is in zo'n deplorabele staat dat we deze verwaarlozing aan onze vorstin, die daar (in haar werkpaleis) belangrijke bezoekers moet ontvangen, niet langer aan kunnen doen. Openbare Werken van Den Haag: ga aan het werk!! In 1911 werd het Haagsche Bos geteisterd door de zwaarste storm. De storm in de nacht van 30 september op 1 oktober richtte grote schade aan. Staatsbosbeheer gaf in 1912 er een 34 pagina's tellend geschrift over uit: Storm in het Haagsche Bos. Herfst- en winterstormen komen het vaakst voor, maar de meeste schade wordt toch veroorzaakt door zomerstormen tijdens onweer. De bomen zijn door het blad veel zwaarder en takbreuk is het gevolg. De grond is dan droger waardoor we wel minder totaal ontwortelde bomen zullen aantreffen, maar kroonschade is groter.
We kunnen heel treurig doen over omgevallen bomen, maar meestal moeten we onszelf de schade verwijten: vlakwortelende naaldbomen bijvoorbeeld horen in ons land niet thuis. Het blijkt steeds weer dat ingevoerde bomen het gemakkelijkst omwaaien. Gewone inlandse eiken en beuken zullen dat niet zo gauw doen. Klein-geplante bomen wortelen beter dan groot-geplante. Dit is een pleidooi eerst het landschap en waterstand te aanschouwen alvorens een keuze te maken welke boomsoort moet worden aangeplant, waarbij plantgrootte ook een belangrijke factor is. De toekomstige generatie bomen (en mensen!) zal ons daarvoor dankbaar zijn.