artikelen index / bibliotheekindex

Netelenbos in het Naardermeer


Brandnetels gelden als verstoringplanten. Waar gegraven wordt komen ze spontaan op. Echte cultuurvolgers op menselijk gewoel. Opnieuw is het Naardermeer, ons nationaal symbool in de natuurbescherming, in gevaar nu het Ministererie van Verkeer en Waterstaat plannen heeft een tunnel te graven vlak langs het meer.  

Het boekje Natuurbescherming en Landschapsverzorging in Nederland (1946) door Dr. Jac P.Thijsse is weer geheel actueel. Het boekje met enige z/w foto's is uitgegeven door Wereldbibliotheek. Alweer zo'n aardig boekje die je voor een gulden, nu een euro, kunt vinden op de tweedehands markt. Bondig en helder wordt in een van de hoofdstukken de opkomst van de Nederlandse natuurbescherming behandeld. Het was de oude van Eeden die voor het eerst het woord "natuurmonument" gebruikte. Dat was omstreeks 1880. Helaas stierf hij enige jaren voordat zijn denkbeelden praktijk zouden worden. De aanleiding: in 1904 kwam de Gemeente Amsterdam met het plan het Naardermeer vol te storten met huisvuil en er een tuinbouwgebied te vestigen. De Natuurhistorische Vereniging kwam in het geweer wat er in uitmondde dat de gemeenteraad van Amsterdam de plannen verwierp met een meerderheid van slechts één stem. In april van het volgende jaar kwamen op uitnodiging van voornoemde vereniging vertegenwoordigers van diverse verenigingen en groeperingen op gebied van kunst, cultuur en natuur (waaronder de Nederlandsche Automobielclub!) bijeen in Artis. Op voorstel van Prof Ritsema Bos werd een nieuwe vereniging opgericht. In december van dat jaar werden de statuten vastgesteld en werd J.Th Oudemans voorzitter. Nog op dezelfde vergadering werd besloten het Naardermeer aan te kopen voor een bedrag van 160.000,- met een rente van 3 %. In september werd de koop beklonken, waarmee de natuurbescherming in Nederland daadwerkelijk van start ging. Op de bijeenkomst waren slechts 20 aanwezigen, waaronder Ritsema Bos, van Tienhoven, Heinsius, Heukels en Jac P. Thijsse. Thijsse was onder meer een promotor van natuurstudies op middelbare scholen en schreef met Heimans in het tijdschrift De Levende Natuur. Zelf was ik in mijn schooltijd lid van de vereniging Linnaeus te Groningen, waarbij biologieleraar Boerema een grote stimulans was. Met nostalgie denk ik terug aan dat oude schoollokaal met hoge bruine kasten vol met potten naturalia op sterk water. Het sfeervolle lokaal deed wat denken aan het Egyptisch Museum in Cairo, maar op kleinere schaal. Later was ik lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (N.J.N.). Spelenderwijs leerde ik zo de gehele Nederlandse wilde flora kennen en groeide kennis van en liefde voor natuur en landschap. (Terzijde: wat bezielt toch die overheid om nieuwe leerfabrieken te bouwen buiten de stad, waar niet cultuur en sfeer, maar beton en onpersoolijkheid overheersen?) De exlibris van Jac.P.Thijsse heeft een afbeelding met een wilg, waarin spreeuwen zitten met als tekst: "Jac P. Thijsse onbekommerd". Waarschijnlijk was dit een wens, gezien hij zich zeer om de natuur bekommerde. Hoe komt dit boek toch in een antiquariaat terecht, wat ook meteen de vraag oproept wat er met zijn bibliotheek is gebeurd. Is dit boek eens uitgeleend en niet terugbezorgd of is zijn hele bibliotheek geveild of anders verkocht? Inmiddels heeft de Nederlandse Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten 975.000 leden. Maar is natuurkennis waar Thijsse voor streed nu wel zo groot? In 1946 schreef hij dat minder dan een op de tien Nederlanders een eik van een beuk kon onderscheiden. Ben ik te negatief als ik vrees dat het percentage verder is afgenomen? Gelukkig daarentegen is de waardering voor landschappen toegenomen en wordt er meer strijd geleverd tegen varkensschuren en windmolens in oude cultuurlandschappen.

De vereniging Natuurmonumenten heeft dan nu veel leden; dat is niet het geval met de vereninging Bond Heemschut, met een uiterst lezenswaardig maandblad. Cultuur is nu nog het ondergeschoven kind. In de krant lees ik anno 2000 enthousiaste berichten over afbraak van een vijftal 19e eeuwse, typisch Groningse classicistische panden, gezien deze panden in Amerika(!!) steen voor steen weer zullen worden opgebouwd. Waar blijft de eigentijdse Thijsse die waakt over ons cultuurgoed? Liefhebbers van het Naardermeer zullen waakzaam moeten zijn dat netelenbossen zich niet in dit al lang tot natuurmonument verklaarde stuk landschap zullen vestigen en we slechts de Verkade plaatjes overhouden. Met verkiezingen in het vooruitzicht luidt mijn stemadvies: stem groen.

© Klaas T. Noordhuis