artikelen index / bibliotheekindex
De knipkunst van Mrs Delany
| Na je 70e iets nieuws aanvangen en er de geschiedenis mee ingaan. Mary Delany (1700-1788) was zo iemand. In 1718 trouwde ze tegen haar wil met Alexander Pendarves of Cornwall, een man van boven de veertig. Negen jaar na zijn dood trouwde ze, tegen de zin van haar familie met dominee Patrick Delany die ze een paar jaar eerder in Ierland had leren kennen. Dit werd een gelukkig huwelijk. | ![]() |
Mrs Delany, her life and her flowers door Ruth Hayden (1980) beschrijft vooral het laatste deel van haar leven. Mevrouw Hayden is een achter-achter nicht van Mrs Delany. Mary bewoog zich in de betere kringen en voelde zich ook aan het hof thuis. Mary's buitennissige oom, Lord Lansdowne, bewoonde Longleat, een formidabel landhuis in Wiltshire. In haar tijd nog een baroktuin, later, in 1757 door Capability Brown landschappelijk aangelegd. Hoewel de Engelse Landschapsstijl nu hooglijk wordt gewaardeerd, kunnen we de verlandschappelijking ook als een verwoesting zien van een misschien wel veel mooiere baroktuin. In haar leven hield Mary Delany zich onder meer bezig met naaldwerk, schelpen en schetsen in het landschap, waaruit haar liefde voor natuur bleek. Schelpen waren sterk in de mode in die tijd: een mooi voorbeeld is de schelpengalerij in de tuin van kasteel Rosendael, ontworpen door Daniel Marot in 1730. Aan te raden is het proefschrift, uitgegeven als boek: Rosendael, Groen Hemeltjen op Aerd door J.C.Bierens de Haan (ISBN 906011.870.7) Een boek, waarbij u waar krijgt voor uw geld. Maar nu terug naar de papieren bloemen: haar complete oevre bestaat uit meer dan 1000 bloemen. Met zelfspot noemde ze deze bloemencollectie wel de Flora Delanica. Smalle strookjes papier in alle kleuren suggereren niet alleen schaduw, maar geven tevens een driedimensionaal effect. Zelfs een passiflora wist zij uit papier te knippen, bestaande uit 230 bloemblaadjes. De knipsels bevinden zich nu in het British Museum; haar portret is te zien in de National Portrait Gallery. Haar autobiografie en correspondentie is in 1861/62 in 6 delen verschenen. Zoals gezegd bewoog ze zich in betere kringen; toch moest ze niets hebben van de absurde kapsels en de zeer nauw sluitende tailles zoals in de Rococo-tijd de dracht was op bals en gala's. Aan deze extravaganties kwam een einde in 1780 toen het volk in London in opstand kwam en ook Mrs Delany haar huis in St James Place tijdelijk moest ontvluchten. Toen ze na de dood van haar tweede man een karig inkomen had, gaf George III haar in 1785 een huis te Windsor met een pensioen van 300 pounds, waarmee haar wel uitbundige levensstandaard op peil bleef. Ze ontmoette belangrijke botanici: zo zou Sir Joseph Banks gezegd hebben dat hij zo een plant uit Mrs Delany's collectie zou durven te beschrijven zonder de minste twijfel te hebben een fout te begaan. Erasmus Darwin, grootvader van de beroemde Charles, bewonderde haar werk. Ook ontmoette ze George Ehret, een der beste maar niet bekendste plantenillustratoren aller tijden.
![]() |
Hoe zit dat toch dat mensen die erg goed zijn in hun vak soms niet de beroemdheid krijgen die ze verdienen. Neem bijvoorbeeld Redouté, die veel meer in de belangstelling stond dan zijn vaak betere leermeester Gerard van Spaendonck, waarover later meer. In 1771 ontmoette ze Joseph Banks samen mer Daniel Solander, die net waren teruggekeerd van een reis naar o.m. Nieuw Zeeland. In juli 1778 zag ze Dr Solander opnieuw, samen met Claz Alstroemer, waarnaar de bloem is genoemd die voorkomt in de ex-libris van de Bibliotheca Oosterhouwensis. Op 78 jarige leeftijd kreeg ze nog les van Solander. Zie, een mens is nooit te oud om te leren! |