artikelen index / bibliotheekindex

IJskelders


 

In landschappelijke tuinen liggen behalve slingerpaden ook diverse verhoogde bloembedden en heuvels. Voor die bloembedden is de verhoogde ligging wel praktisch: in het voorjaar zijn ze vochtig en in de zomer droog. Niet nodig om tulpenbollen uit de grond te halen in zo'n bed. In de droge grond voelen ze zich in de zomer net zo als in een kistje op de droogzolder zodat we niet aan opbergen hoeven te denken. Wat we in vorige eeuwen wel moesten bewaren was ijs voor verkoeling in de zomer.

Op de heuvel in wat we in Groningen een 'slingertûn' of 'slingertoen' noemen staat vaak een tuinhuis en in de grond eronder ligt soms verborgen een ijskelder, waarbij alleen een trapje en een deur zichtbaar zijn. In het noorden vinden we er een bij buitenplaatsen in Friesland bij Fogelsanghstate en Oranjestein en in Drenthe bij Dikninge. Het merendeel van de ijskelders liggen in midden- en Oost-Nederland. Over tuinhuizen zijn diverse boeken verschenen, maar de ijskelder is wel een heel gespecialiseerd onderwerp. Het boek IJskelders, koeltechnieken van weleer door A.W.Reinink en J.G.Vermeulen (1981) is tevens een gids voor alle ijskelders in Nederland en een korte opsomming van de kelders van onze zuiderburen. Het boek (met zwart linnen omslag en A4 formaat) is mooi uitgegeven met veel zwart/wit foto's en tekeningen. Er zijn verschillende typen te onderscheiden: De eenvoudige zijn van hout of steen met een rieten dak de latere van steen met een koepel- of tongewelf. Van dit laatste type heeft Architect Roodbaard in 1824 er een ontworpen voor Oranjestein te Oranjewoud.

Uit de vijvers van de landschappelijke tuinen werd in de winter het ijs gezaagd en opgeslagen in de ijskelder, waarvan de wanden vaak met turven waren afgezet. De isolatie werkte zo goed dat de ijskelder de gehele zomer onder de nul graden bleef. De 19e eeuwse ijskelders waren niet nieuw: ze zijn een vervolg op de follies uit de 18e eeuw. Een mooi voorbeeld is de piramidevormige 'glaciere' in de tuin van Monsieur de Monville: Le Désert de Retz. Als voorbeeld voor deze ijskelder diende het mausoleum van Caius Cestius aan de Via Appia, afgebeeld op een van Piranesi's gravures. (Het complete oevre van Piranesi is door Taschen Verlag uitgegeven en ligt nog in de boekhandel). Over de tuin en de restauratie van de tuin in Retz in de jaren 1972-1993 is door Mit Press een prachtig oblong-formaat boek uitgegeven in 1994: Le Désert de Retz, A late eighteenth-century French folly garden, The artful landscape of Monsieur de Monville. In de romantische tuin op zo'n 20 km van Parijs stonden veel bouwwerken als Turkse tent, grot, gotische kerk en Chinees speelhuis ('maison de rendez-vous') met geheime doorgangen om onopgemerkt gepassioneerd te kunnen zijn. De Monville overleefde de Franse Revolutie, maar door zijn amoureuze leven eindigde hij met schulden en de tuin werd door de Franse staat geconfisceerd.

Tot 1914 werd er ijs geoogst uit vijvers. Daarna was het goedkoper ijs in een ijsfabriek te maken, wat vanaf 1860 al werd gedaan. Vanaf de invoering van electricteit werd er gekoeld met een ijskast en met de diepvries was natuurijs voor koeling geheel overbodig geworden. De ijskelders dienen beschermd te worden uit cultuur-historisch oogpunt en als onderdeel van onze rijke tuinkunst-historie

Klaas T. Noordhuis