artikelen index / bibliotheekindex
Gouden sleutel voor den tuinman.
|
Voor mijn vijftigste verjaardag, ja had ik eerder geleefd dan zou de jeugd in de bus nog voor me opstaan, kreeg ik het boek Gouden sleutel voor den tuinman. Een geschenk van Rob Leopold, waarmee ik al jaren ontwikkelingen op tuinboekengebied deel. Dit boek, bevattende eene naauwkeurige en volledige handleiding tot het aanleggen van lust-, groente- en oofttuinen werd bij Lagerwey te Dordrecht in 1856 "uitgegeven voor bezitters van een tuin tot vermaak of voordeel". |
![]() |
In het boek wordt mest van paarden, ezels, schapen, hoenders en duiven aanbevolen. Mij uit het hart gegrepen: in mijn praktijk wordt koemest (ook in gedroogde vorm) afgeraden omdat de bemestingswaarde nagenoeg nihil is en er als bodemverbeteringsmiddelen wel goedkopere en betere stoffen in de handel zijn. 't Is niet alleen de inhoud van dit boek wat interessant is: in antiquariaten is een boek minder waard als er een bibliotheekstempel in staat of als er aantekeningen in zijn gemaakt. Voor mij wordt het nu juist interessant. Dit boek heeft eens op de schappen gestaan van de Ermitage bibliotheek te Tilburg. Vandaar kwam het in handen van A.P.M.de Kluijs, verzamelaar van plantenboeken. Na zijn overlijden, of misschien was geldgebrek de aanleiding, werd zijn bibliotheek geveild bij Beyers in Utrecht. Dit was in 1974. Aardig om nu te zien waarvoor het boek een dikke 25 jaar geleden werd geveild. Ook treurig dat een prachtige verzameling zo in een dag uiteenvalt. Het zoeken in mijn bibliotheek begint wat te lijken op surfen op het web: die Beyers catalogus met bovengenoemde verzameling, toevallig eens verkregen, blijkt reuzen interessant, maar het is beter deze nu even ter zijde te leggen. Na zoveel jaar vind ik in antiquariaten nog steeds boeken van A.P.M.de Kluijs, zonder precies te weten wat er precies achter deze intrigerende naam schuilgaat. Weer 25 jaar hebben ze een bibliotheek gevuld en werden nu andermaal verkocht. Zijn ex-libris is opvallend, alleen al door de grootte: een wereldbol op een boek en zijn naam met witte letters op een zwart vlak, omringd door bloemen. Uit nog een stempel in het werkje blijkt dat A.de Kluijs in Tilburg woonde. Het ingenaaide boekje met hard kaft en papieren rug eindigt met een snoeiadvies: "wijnstok, perzik, abrikoos en moerbeziënboom dienen voor de langste dag maar niet later, het spijt me dat ik u dit nu pas bericht, moet snoeien". Het dichtslaan van het boekwerkje van 192 bladzijden verrast me nog: de uitgever meldt op de achterkaft het debuut van de Houtgewassen in Nederland door Th.F.Uilkens, dominee te Wehe en Zuurdijk en vice-president van de Maatschappij van Land- en Tuinbouw "De Marne". Beide plaatsen liggen op loopafstand van mijn woonstee Leens. Uilkens doet me denken aan ds Pemberton, de man die het zo druk met het kweken van rozen kreeg, dat hij geen tijd meer had voor de kerk. Gezien de enorme tuinbouwkundige productie van dominee Uilkens (te vinden in de bibliotheek van het Biologisch Centrum te Haren) mogen we ons afvragen of de gelovigen van Wehe en Zuurdijk in het midden van de 19e eeuw wel voldoende aan hun trekken kwamen. Daarover misschien meer.
![]() |
Het 19e eeuws tuinieren , als besproken in dit werk, wordt in Parktuin Oosterhouw nog toegepast met tuinstolpen, maaien met de zeis en zandpaden harken op zaterdag. Ik blijf er jong bij zodat de jongeren in de bus wat mij betreft nog mogen blijven zitten! |